Vuurdoorn me

Herman de Coninckprijs 2011 voor het beste debuut
 


Over:

Juryverslag Herman de Coninckprijs:
"De dichteres kneedt het Nederlands tot het warm en buigzaam is en onderdak biedt aan klevende vingers, billen en uilendons. Het is goed toeven in de poëzie van Annemarie Estor: je bent er meestal met twee en de koude werkelijkheid is veraf." Meer...

Joris Gerits, Poëziekrant:
"Dit is geen zuinig bemeten poëzie, het is knallend taalvuurwerk, een schitterende schakeling van woorden waarin plant en mens, mens en dier schering en inslag worden van een feestelijk natuurtapijt met taferelen die een dionysische roes oproepen." Meer...

Uit:


DROESEMIG GENOEG

Voor Frederick Turner

Waar wij zitten, in het park,
hangen flessengeesten slierten lampjes op.
Ze vlechten uit het bladerdak een krans voor jou.

Ze schilderen aardsap op de meisjes, lippen glanzen.
Het groene glas beschijnt decolletés.
We laten Dionysos onze bloes bezoedelen.

Dan neem je jouw kiezels uit de verzameling weg.

Later zit je op je bed, je hemd valt van je ribben.
Mijn vingers duwen weefsels die je achterliet de grond in,
een aardeduivel legt me op zijn bast.

Jij vond de nacht al droesemig genoeg,
maar het bloesemt aan je pen.

 

PIJNBOS

Niet ver van de ijzerbaan, waar de trein schreeuwt
en door zijn open ramen lucht schept,
kalmeert de planeet de groene boezems.

Duizelende zakdoek.

Het oorsuizen sterft en valt tussen kluiten.
Hier kettingzagen mannen een stuk van het pijnbos.

Ze zuigen je vacuüm, rijten je bloes van je lijf
en zetten klemmen. Ze rooien vandaag.
Hier vliegt een engel uit het wegland naar verstand.

Boeren scheuren vanavond Vlaamse aarde open.

 

GEVALLEN MAAN

Lange vlierbeskrullen leg ik in de bosrand neer
tussen humus, hek en hyacinten.

Trek je laarzen aan.
Vind me hier en kniel dan neer.

Ruik mijn halzenvel:
ik ben jouw gevallen maan.

Voel mijn wangen, uilendons.
Grijp je harkerige handen om mijn evenaar.

Mijn vliersapstroom doet slapen kloppen.
Dan waag ik me knalgroen open.

Ik draai me smal en hertig om
totdat ik je rij.

Ik smijt mijn krullen tussen hek en takken,
trek je schop de greppel in met worteldraad.

 


Wereldbibliotheek, Amsterdam
Eerste druk 2010, tweede druk 2012